Tegenstrijdig belang. Beroep op de Bibolini-exceptie. Noot van Rogier Wolf onder uitspraak Hof Amsterdam.

Voor de rubriek Ondernemingsrecht van het tijdschrift Jurisprudentie in Nederland (JIN) schreef een noot over tegenstrijdig belang onder een uitspraak van het Hof Amsterdam van 21 mei 2019 (). In dit tussenarrest staat het leerstuk van tegenstrijdig belang in de bv centraal. Volgens art. 2:239 lid 6 BW neemt een bestuurder niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming. Sinds 1 januari 2013 is door de Wet bestuur en toezicht sprake van een besluitvormingsregel in plaats van een vertegenwoordigingsregel. Als de met een tegenstrijdig belang geconflicteerde bestuurder de vennootschap vertegenwoordigt, is de vennootschap in beginsel aan die rechtshandeling gebonden. In deze uitspraak gaat het om de woorden ‘in beginsel’, namelijk de vraag of de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid, gelet op de concrete omstandigheden van het onderhavige geval, aan de afdwingbaarheid van de rechtshandeling in de weg staat. Anders gezegd: onder omstandigheden kan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn dat degene die een overeenkomst heeft gesloten met een vennootschap, terwijl hij ermee bekend is dat de bestuurder die de vennootschap daarbij vertegenwoordigde, een tegenstrijdig belang had, de vennootschap desondanks aan de overeenkomst houdt. Dit wordt de Bibolini-exceptie genoemd, naar het arrest van de Hoge Raad van 17 december 1982 ().

De uitspraak van het Hof Amsterdam is een tussenuitspraak. Het hof moet de vraag nog beantwoorden of in dit concrete geval sprake is van een tegenstrijdig belang. In zijn noot bespreekt Rogier de casus en geeft hij gezichtspunten voor deze beoordeling.

Klik om de noot te lezen.

MENU